Old Wolfe, New World

 

door Thomas Blondeau

 

‘Ja, ik heb op Bush gestemd, ben ik nu een kinderverkrachter?’ Natuurlijk kennen we Tom Wolfe. De dandy met zijn skeletwitte kostuum en zijn miljoenen verkochte boeken. Natuurlijk kennen we zijn romans Bonfire of the Vanities over Wall Street-schraapzucht en I am Charlotte Simmons over zich sufneukende studenten. En natuurlijk moeten we het niet hebben over zijn klassiek geworden reportages over LSD-uitdelende hippies en testosteronafscheidende straaljagerpiloten.

Daarom praatte Deng met hem over bejaardenfitness, leeglopende kerken, het failliet van de jaren zestig en waarom opiniemakers hun bek moeten houden. ‘Chomsky? Weet helemaal niks over de oorlogen die hij bekritiseert.’

 

Voor Tom Wolfes vierenzeventigjarige, haast doorschijnende lichaam de gastenlounge van het Amsterdamse hotel binnenkomt, wordt iemand gevraagd weg te gaan.

 

WWWWWOOOOOOOOOOMMMMMMMMM.’

Sorry, in a minute there will be an interview here, could you please...’

‘But first I have to...’

‘I understand, but...’

WWWWWOOOOOOOOOOMMMMMMMMM.’

 

De promotie-medewerker van Wolfes Nederlandse uitgever vraagt de schoonmaakster of ze niet stofzuigen wil als het interview gaat beginnen. Het hotel is van het soort waar alles glimt en het tapijt hoog genoeg is om alle geluid te dempen. Het is bovendien duur genoeg om er met rust gelaten te worden. De minibar leegdrinken en een nieuwe bestellen, je laptop volblaffen met jaarverslagen, een escort uitwonen, een lijk in stukken zagen in de badkuip. Het kan er allemaal. De schoonmaakster komt langs en glimlacht altijd. Aan haar gebroken Engels en huidskleur te merken is het waarschijnlijk iemand die op straat eerder om haar verblijfsvergunning dan om haar identiteitspapieren wordt gevraagd.

Status. Daar draait het om in Wolfes werk. In zijn romans en reportages weten we de prijs van alles, de uren fitness die in een ijzerharde borstspier zijn gegaan, het aantal lagen vernis dat op een lambrisering is aangebracht, de hoogte van een borgsom.

Wolfes eigen klim omhoog op de statusladder begon met een te strakke deadline. In de lente van 1963 kreeg hij een verhaal over opgevoerde auto’s niet op tijd rond. De hoofdredacteur zei hem dan maar zijn aantekeningen uit te tikken. Wolfe tikte die nacht 48 pagina’s aan dialoog, beschouwingen, klanknabootsingen en impressies uit. Ze werden zo gepubliceerd. Kwam er een auto om de bocht, dan schreef Wolfe:

 

There Goes (Varoom! Varoom!) That Kandy-Kolored (Thphhhhhh!) Tangerine-Flake Streamline Baby (Rahghhh!) Around the Bend (Brummmmmmmmmmmmmmmmm)....”

 

New Journalism was geboren. Een beweging met Wolfe, Norman Mailer en Truman Capote als hogepriesters en Hunter S. Thompson als orthodoxe beeldenstormer. Een stroming die journalistiek injecteerde met literaire technieken, die schreef over wat zich in de hoofden van de geportretteerden afspeelde, en geloofde dat iemands schoenen, sigarettenmerk en ringen evenveel konden zeggen over de geïnterviewde als zijn antwoorden. En die statussymbolen, die neemt Wolfe serieus, ook tijdens dit interview. Met zijn witte leesbril en dito pak, witte sokken met blauwe bolletjes, hoge hemdkraag en tweekleurige schoenen waar hij ooit over grapte dat zijn publiek ze ook zou kunnen betalen als de wintervakantie overslagen wordt dit jaar.

Als Wolfe gaat praten, is het maar goed dat er niet meer gestofzuigd wordt. De man is oud, zijn stem teer, hij hoest vaak. Zijn huid lijkt al even wit als zijn kleren. Hij zegt geen oordeel te vellen over de wereld al wordt die in zijn ogen steeds leger en killer. Waren er maar weer kerken die naam waardig!

Waarom dan nog die moeite doen om de oceaan over te steken? Naar sin city Amsterdam nota bene. In New York heeft hij een appartement ter grootte van een hele verdieping. Al zijn romans waren bestsellers, Bonfire of the Vanities werd verfilmd met Bruce Willis en Tom Hanks in de hoofdrol. Zelfs zijn non-fictie werd verkocht in miljoenenoplages. Waarom hier in Amsterdam? In zijn leven is hij vaak genoeg buiten geweest, straaljagerpiloten op de huid gezeten, meegereden met de hippiebus van Ken Kesey, de schrijver van One flew over a cuckoo’s nest die Amerika doortrok om gratis met LSD versneden limonade uit te delen. Al flink in de zestig ging Wolfe nog undercover –wat in zijn geval betekent dat hij een blauwe blazer aantrekt- de studentenhuizen van Amerikaanse elite-universiteiten binnen om daar stomdronken studenten uit te horen over hun bedgewoonten. Die research mondde uit in I am Charlotte Simmons, een boek dat al maanden geleden gerecenseerd is. Waarom dan nog de moeite van een promotoer op de schouders halen, meneer Wolfe?

 

TOM WOLFE: ‘Och, dat zal zeker met ijdelheid te maken hebben. Bovendien vindt mijn uitgever het leuk als ik naar buiten kom. Dat doet de verkoop geen kwaad. (droge lach die eindigt in een hoestbui)’

 

Uw romanpersonages ervaren ouder worden als een helletocht. U ook?

 

‘Het is niet makkelijk. Tot nu toe ben ik redelijk verticaal gebleven. Vooral door aan fitness te doen. Ik begin altijd met 45 minuten op zo’n fiets die nergens naar toegaat of op een stairmaster die mijn kniegewrichten wat ontziet. Wanneer mijn hartslag hoog genoeg is, begin ik met gewichten te werken, ook drie kwartier lang. Al dat gedoe heeft maar één doel, er zo intimiderend mogelijk uit te zien. Ik ben er nog niet helemaal in geslaagd. (lach, hoest). Maar om je vraag te beantwoorden, youth is wasted on the young, maar gelukkig weten ze dat niet.’

 

Mensen die proberen controle te krijgen over hun lichaam, leven en toekomst. The American Dream. Uw boeken zitten vol met personages die in dat waanbeeld geloven. Maar niemand lijkt die droom tot werkelijkheid te kunnen maken.

 

‘Eigenlijk heb ik er nog nooit zo over nagedacht. Het was in ieder geval geen bewuste keuze. Maar inderdaad, Amerikanen denken nog steeds dat ze alles kunnen. Dat is voor mij ook het grote verschil tussen de VS en landen als Frankrijk en Groot-Brittannië. In Engeland denken mensen dat ze in een bepaald lot geboren zijn. Daar kun je niks aandoen en ze maken zich er ook niet druk over. Ze hebben wel bepaalde rechten maar ze hebben het idee dat die ieder moment weer ingetrokken kunnen worden. Waarschijnlijk een kater uit de tijd dat ze nog adel hadden, echte adel.

Een schrijver legde me ooit eens het verschil uit tussen Frankrijk en VS aan de hand van wat er gebeurt als er een wereldleider hun land bezoekt. In Frankrijk zal de politie ieder bij hen bekende idioot oppakken en achter tralies zetten gedurende het bezoek. In de VS moet je daar mee niet aankomen. Niet dat de VS democratischer is dan Frankrijk maar Amerikanen denken dat hun grondrechten hun bij geboorte verleend zijn en niet als gevolg van een politieke strijd.’

 

Bij het verschijnen van uw campusroman I am Charlotte Simmons zei u dat de universiteiten onze nieuwe kerken zijn. Het klonk bijna alsof u dat betreurde.

 

‘Ik stel het gewoon vast. Het is een interessante ontwikkeling. Het tijdperk van de tolerantie voor verschillende bevolkingsgroepen komt voort uit de universiteiten, niet de kerken. Niet dat de kerken het er niet eens mee zouden zijn maar ze hebben gewoon de macht niet meer om idealen te verspreiden.’

 

U heeft geschreven over de jeugdcultuur van hippies en over de decadente studenten van de 21ste eeuw. Wat is er tussentijds gebeurd?

 

‘Veel van wat nu normaal was, veroorzaakte ooit een schok in de jaren zestig. Popmuziek bijvoorbeeld is nu veel wilder dan toen. De Beatles zijn liftmuziek tegenwoordig. Maar de geest van rebellie was veel sterker. Nu is de cultuur heel extreem en agressief maar de vechtlust is weg.

Kijk, de mannelijke studenten van nu dragen gewoon vodden. Hoe rijker ze zijn, hoe slonziger ze zich kleden. Maar dat is alleen maar een oppervlakkig statement. Onder Amerikaanse studenten is er heel weinig radicale actie. Ik was op de universiteit van Stanford research aan het doen toen er een reünie was van de radicalen die in het roerige 1969 waren afgestudeerd. Ze wilden vaststellen wat de radicale beweging nu nog voorstelde. Maar je had hun gezichten moeten zien toen ze hoorden dat hét studentenstrijdpunt van nu een loonsverhoging was voor de medewerkers van de catering. Daar stonden ze dan met hun grijze paardenstaarten en hun tuinbroeken. Dit was hun erfenis. Loonsverhoging voor de catering.’

 

Merken we daar wat moralisme?

 

‘Nee, ik ben gewoon een doorgeefluik. Ik breng u het nieuws, dat is alles. Mensen willen graag een morele houding achter alles zien. Maar ik breng gewoon wat ik interessant vind.’

 

Zedeloze seks in studentenhuizen?

 

‘Kijk, het stoort me niet wat ze daar doen. Maar mensen hebben altijd wat moeite om er realistisch over te doen omdat het een zonde is om vraagtekens te zetten bij de seksuele revolutie. Maar er zijn bepaalde gevolgen aan vrije liefde, aan willekeurig op elkaar kruipen. Een daarvan is dat de bevolkingsgroei terug zal vallen. Kijk maar hoe de Westerse bevolking vergrijst.’

 

Dus rondneuken leidt tot ontvolking?

 

‘Absoluut. Als je vrije liefde hebt –wat alleen maar wil zeggen seks zonder huwelijk- wie zorgt er dan voor de kinderen? Als je geen relatie wil, waarom dan wel kinderen? In het verleden waren mensen religieuzer dan nu. Daar kijken we op neer. Maar al die religieuze mythes hadden hun nut. Al dat gehamer om mensen in monogame relaties te krijgen, komt omdat het zo lang duurt om een kind op te voeden. Vroeger was je volwassen toen je dertien was, nu is het waarschijnlijk zevenentwintig. Mensen hebben geen zin om zo lang samen te blijven. Wil je weten hoe het met je bevolkingstoename gaat? Tel de mensen in de kerk. Zit die vol, dan groeit je bevolking.’

 

Mogen we op zondag niet meer uitslapen van u?

 

‘Nee hoor, het gegeven fascineert me gewoon. Mij is het te doen om nieuwe informatie of een nieuw perspectief te ontdekken en dat tot leven te brengen op papier. Dat is belangrijker dan wat voor moraal of politiek engagement dan ook. Volgens mij zou iedere journalist zo moeten denken. In je persoonlijk leven moet je morele keuzes maken maar niet als verslaggever of schrijver.

Neem de Franse schrijver Emile Zola, een man met het hart op links. Hij schreef De kroeg, een roman over alcoholisme onder de armen. Je zou verwachten dat hij de armen zou afschilderen als nobele maar verdrukte lieden, zoals Victor Hugo deed. Maar hij beschreef ze net gemeen, dronken, lui en kleinzerig. De intellectuelen riepen schande en het blad dat het in feuilleton publiceerde, stopte ermee. Terwijl Balzac, een conservatief en monarchist, waarschijnlijk meer heeft gedaan voor de revolutie van 1848 (strijd voor onder meer hervorming van het kiesrecht, TB) dan welke schrijver dan ook omdat hij de bourgeoisie afschilderde als gierig en geniepig.’

 

Ondertussen lopen de progressieve critici niet weg met uw laatste boek. President Bush vond het dan weer prachtig.

 

‘Het viel me inderdaad op dat de kritiek ideologisch nogal verschilde. Veel progressieve recensenten vonden het boek maar niks, waarschijnlijk omdat ze dachten dat ik de seksuele revolutie verraadde. Toen de New York Times te horen kregen dat Bush mijn boek aan het lezen was, belden ze me op. Waarom ik dacht hij het boek zo goed vond. Ik zei dat het vast aan de duizelingwekkende stijl van vertellen lag. Toen vroegen ze op wie ik gestemd had. Ik zei op Bush. De hel brak los. Het was alsof ik gezegd had: “O ja, wat ik nog vergeten was te melden: ik ben een kinderverkrachter.” Maar komaan, aardig wat Amerikanen hebben voor hem gestemd, zijn dat allemaal barbaren? En dan krijgen de progressieven het moeilijk want ze willen niet neerbuigend doen over het volk dat voor Bush stemde.’

 

Maar staat u nog steeds achter Bush na Guantanamo Bay, Abu Ghraib, de escalatie in Irak, de rampzalige hulpverlening in New Orleans?

 

‘Ik geef Bush veel meer krediet dan de meeste mensen zouden doen. Maar hey, ik ben geen politicoloog. Ik heb maar één stem. Kijk, sinds ik een beetje kijk kreeg op de wereld, heb ik op één keer na, altijd op de winnende presidentskandidaat gestemd. Of het nu democraten waren of republikeinen. Mijn wil komt overeen met die van het Amerikaanse volk. Mijn mening is evenveel waard als die van de kabelinstallateur.’

 

Maar u bent meer in de gelegenheid om over politiek na te denken dan die installateur. U schrijft boeken, artikelen. Misschien bent u zelf wel een intellectueel te noemen.

 

‘Een intellectueel? Intellectuelen zijn mensen die heel bekwaam zijn in één iets maar alleen een mening hebben over andere dingen. Een goed voorbeeld daarvan is Noam Chomsky. Toen hij ’s wereld meest vermaarde linguïst was, had nooit iemand van hem gehoord. Tot hij de oorlogen die Amerika voert, bekritiseerde. Maar hij weet niks van oorlog! Morele verontwaardiging is zo belangrijk voor die mensen. Cultuurfilosoof Marshall McLuhan zei het al: “Morele verontwaardiging is de standaardstrategie om de idioot met waardigheid te begunstigen.” En dat gaat op voor veel van die zogeheten intellectuelen. Verontwaardigd zijn betekent niet dat je niet meer moet analyseren. Ik ben een schrijver, een journalist. Ik heb geen mening. Ik voorzie informatie zodat de lezer zijn oordeel kan vormen.’

 

Uw New Journalism-broeder Hunter S. Thompson, niet bepaald een republikeinenvriend, pleegde dit jaar zelfmoord. Had u het verwacht?

 

‘Nee, het was een schok. Ik behoorde niet tot zijn hofhouding maar we schoten goed op samen. We bezochten elkaar af en toe. Hij was hoe je hem verwachtte. Hij was Fear and Loathing in Las Vegas. Bestelde in restaurants vier banana-splits en vier bananendaquiri’s en werkte het netjes naar binnen. Liep met glazen Wild Turkey Bourbon rond en werd woedend als ze hem niet binnenlieten omdat hij met zijn volle glas zwaaide. Als ik hem dan aanbood om het glas achter me te verstoppen, wou hij er niks van weten. “Nee,” tierde hij dan, “dit is een principekwestie.” Dat was zijn hobby, portiers boos maken.’

 

Deze maand publiceren we een fragment uit de nieuwe roman van een ander enfant terrible, Michel Houellebecq. U noemt hem even in uw laatste roman. Fan?

 

‘Ik hield erg van Elementaire deeltjes. Houellebecq deelt met mij een gezonde interesse in neurologie. En bovendien heeft hij, net zoals ik in Charlotte Simmons, scènes vol ranzige seks die niks erotisch hebben. Het zijn eerder mechanistische gebeurtenissen die gewoon plaatsvinden.’

 

Nu is het aan uw verslaggever om door de PR-persoon weggejaagd te worden. Wolfes breekbaarheid aan het begin van het interview evolueerde van pretogenenthousiasme over Franse schrijvers tot beleefde vermoeidheid aan het eind van het gesprek. Dat het een genoegen was. Dat het fijn was in Nederland te zijn. Dat hij de waterwerken nog zou willen zien. Maar dat hij waarschijnlijk geen tijd meer heeft om ze te gaan bekijken. Een grapje over New Orleans wordt niet opgepikt.