La vie est belle
Geluk heeft de neiging je lastig te vallen wanneer je met belangrijker dingen bezig bent. Je zit achter het stuur, let op wegwijzers en tegenliggers en voor je het weet, vlam, een zonsondergang. Je stoot je bijrijder aan waarmee je net een interessante discussie had en je wijst die op dit alledaagse natuurfenomeen. Hij/zij valt acuut stil. Nu kijken jullie beiden naar de zonsondergang. Met een beetje pech zegt een van jullie: ‘Mooi, hè?'.
De volgende ochtend worden jullie wakker in een kingsize hotelbed. Heerlijk uitgerust met nog een paar vage herinneringen aan de afgelopen nacht. Iets met champagne over lichaamsdelen, enfin, je kent het wel. Je merkt zelfs dat je een beetje spierpijn hebt als je naar de badkamer loopt. Iemand klopt aan en brengt je ontbijt op bed. Je kijkt naar de persoon naast je. De zon schijnt tussen de gordijnen en maakt de lakens nog witter. Je veegt de kruimels van het bed, en jawel, daar ga je weer: ‘Wat is het leven toch...'
Een paar uur later zitten jullie aan tafel. De bediening heeft zich van tijdvak vergist en gaat te werk met een vooroorlogse elegantie. Vier glazen geleden is een bus alle lelijke mensen komen ophalen. Je zet je tanden in een stuk schaaldier, voelt de warme zeewind op je gezicht. Je brengt je glas naar je mond en proeft de sterren. Hopla, voor je weet begint een van jullie te emmeren over hoeveel geluk jullie wel niet hebben.
Laten we even aannemen dat je daar niet zit met je maîtresse of je toy boy. Dat had het geheel nog een charmant kartelrandje gegeven. Een zweempje drama. Maar waarschijnlijk is dit je dierbare partner waarmee je al jaren lusten en zorgen deelt. Wiens glimlach je altijd weer opkikkert, die je een glas warme melk brengt als je... Mag ik een teiltje?
Er zijn een paar dingen die me irriteren aan geluk. Ten eerste, geluk is banaal en uitgevoerd in vale kleuren; neem het bovenstaande voorbeeld van de zonsondergang. Ten tweede, op het moment dat je jezelf gelukkig acht, zit je op zijn best in iets wat lijkt op een reclamespot voor een kredietkaart of kleurenprinter. Geluk is het volkstuintje van onze emoties. Het kost je een hoop tijd, een boomgaard wordt het nooit en voor je het weet pist je buurman op je aardbeien omdat je je fiets altijd tegen zijn schutting zet.
Nee mensen, laten we eerlijk zijn. Geluk interesseert ons niet. Je moet er niet aan denken hoe Guernica er uit zou zien indien Picasso intens gelukkig was toen hij het schilderde. Beeld je in wat geluk zou doen met je favoriete thriller of detective. Inspecteur, we hebben geen lijk. Geen lijk? Ach, het is mooi weer, iemand zin in een potje badminton? Ja, badminton, leuk! Spelen we weer tot we gelijk staan?
Denk je dat Hillary zat te mijmeren over hoe mooi het leven was voor hij besloot de Mount Everst te beklimmen? En dat Edison zijn avonden gesleten in sputterend kaarslicht echt te gek vond? Natuurlijk niet, ongeluk, ontevredenheid en afgunst zijn onze motors.
We willen natuurlijk allemaal wel even in dat kredietkaarthotel gaan zitten met een kleurenprinterkreeft op ons bord maar een beetje verstandig mens houdt dat niet lang vol. Al snel snakken we naar een overtreding van de snelheidslimiet of het afsnoepen van een dealtje. Handelingen die te maken hebben met gevaar, spanning en doortraptheid, weinig met dat vlekkenloze nonnenpaartje van geluk en schoonheid.
Natuurlijk zal onze bergbeklimmer het over zijn blauwe lippen krijgen dat het leven prachtig is op het moment dat hij zijn vlag plant.
En ik vermoed dat er weinig zo wonderlijk was als het eerste elektrische licht. Maar meteen daarna moet je zorgen dat je weer beneden raakt of dat je lab niet in de fik vliegt, anders is er weinig navertellen aan. Geluk en schoonheid is een goed tankstation, geen vakantiebestemming.
Ik heb dan ook niets tegen geluk, het mag mij zelfs af en toe komen bezoeken. Met een mandfles wijn onder de arm of vermomd als oude jeugdliefde. Maar voor ik een kater krijg of me begin te ergeren aan het kinderachtig gewauwel, moet het weer ophoepelen. Ik heb nog bergen te beklimmen.
