Thomas Blondeau  
navigatie  

work in progress

Fragment uit de aankomende roman Donderhart, verschijnt op elf februari


Zijn hart leek zich tot een vuist te ballen. Traag, traag als de urenwijzer van een klok bracht Max zijn hand naar het brilmontuur. Hij schoof de bril terug op zijn neusbrug. De marmeren tegels hadden weer randen. Met de hervonden scherpte keerde iets van zijn rust terug. Hij keek op. Het groepje aan de grenscontrole was opgelost. Zijn hartslag vertraagde. Was het toch de drank van gister geweest?
Op de zwartgrijze aderen van het marmer stonden nu twee stoffige meisjesgympen.

‘Hey... stranger.'

Ze had geen betere begroeting kunnen kiezen. Tussen de twee woorden had een pauze gezeten, geen stilte maar een twijfel. Eva Witkins eerste zin in jaren tegen Max waren van een onschuldige nonchalance. Een bekentenis zonder schuldige. Het klonk alsof ze al die tijd niet geweten had wat te zeggen. Nu ze de woorden eindelijk gevonden had, kon ze hem weer ontmoeten. Met niet meer dan de gêne van iemand die te laat was buiten zijn schuld om. Sorry, een vrachtwagen was gekanteld, de weg was weggeslagen door een vloedgolf, ik wist niet wat te zeggen.
Eva. In de zeven jaar die lag tussen hun slordige afscheid en dit filmcitaat had Max een uitvoerige methode bedacht om iedere gedachte aan haar uit te bannen. Die bestond uit een zorgvuldig ontworpen patroon van doodlopende wegen dat moest voorkomen dat onoplettendheid hem aan haar deed denken. Restaurants waar ze ooit samen hadden gegeten, werden ontoegankelijk verklaard. Acteurs uit een film die had opgestaan terwijl ze vrijden, werden als overleden beschouwd. Het bos waarin ze ooit hadden gewandeld, kon gerooid zijn zonder dat Max er weet van had.
En nu liep Eva met haar makkelijke stappers over die barricade van verboden bioscopen en verrotte parkbankjes en verscheurde de Plattegrond van Blinde Vlekken waar Max jaren aan had besteed.

 
bio proza poëzie journalistiek columns work in progress agenda lof contact