work in progress
Fragment uit aankomende roman Donderhart
Max' hart leek zich tot een vuist ballen. Traag, traag als de urenwijzer van een klok bracht Max zijn hand naar het brilmontuur. Met zijn pols schoof hij zijn bril terug op zijn neusbrug. De marmeren tegels hadden weer randen. De hervonden scherpte maakte hem rustiger. Hij keek op. Het groepje aan de grenscontrole was opgelost. Zijn hartslag vertraagde. Was het toch de drank van gister geweest? Hij was nooit een stevige drinker geweest.
Tussen de marmeren aderen stonden nu twee stoffige meisjesgympen.
‘Hey... stranger.’
Ze had geen betere begroeting kunnen kiezen. Tussen de twee woorden had een pauze gezeten. Geen stilte maar een twijfel van haar stem. Eva Witkins eerste zin in jaren tegen Max waren van een onschuldig nonchalance. Een bekentenis zonder schuldige. Het klonk alsof ze al die tijd niet had geweten wat te zeggen. Nu ze het eindelijk gevonden had, kon ze hem tegemoet treden. Met niet meer dan de gêne van iemand die te laat was buiten zijn schuld om. Sorry, een vrachtwagen was gekanteld, de weg was weggeslagen door een vloedgolf, ik wist niet wat te zeggen.
Eva. In de vijf jaar die lagen tussen hun slordige afscheid en dit filmcitaat had Max een uitvoerige methode bedacht om iedere gedachte aan haar uit te bannen. Het bestond uit een zorgvuldig ontworpen patroon van doodlopende wegen dat moest voorkomen dat onoplettendheid hem aan haar deed denken. Restaurants waar ze ooit samen hadden gegeten, werden ontoegankelijk verklaard. Acteurs uit een film die had opgestaan terwijl ze vrijden, werden als overleden beschouwd. Het bos waarin ze ooit hadden gewandeld, kon al gerooid zijn zonder dat Max er weet van had.
En nu liep Eva met haar makkelijke stappers over die barricade van afgebrande bioscopen en verrotte parkbankjes en verscheurde de Plattegrond van Blinde Vlekken waar Max jaren aan had besteed.
